Hoofdstuk 4: het kweken van vogelspinnen
Door het kweken met vogelspinnen krijgt u inzicht in de interessante levenscyclus en gedragingen van de meest uiteenlopende soorten. Een goed kweekresultaat mag ook als graadmeter worden beschouwd voor goede huisvesting, klimaatbeheersing en voeding. Vogelspinnen die zich om wat voor reden dan ook niet op hun gemak voelen, zullen nooit met succes jongen grootbrengen of voortplantingsgedrag vertonen. Het kweken met vogelspinnen is niet alleen een kwestie van boeken en tijdschriften raadplegen. Het is vooral een kwestie van doen en het leren kennen van uw dieren waardoor u automatisch aanvoelt welke handeling tot een succesvol resultaat zal leiden. Door het kweken met vogelspinnen krijgt u een schat aan ervaring die op andere liefhebbers kan worden overgedragen. Door het verspreiden van de nakweek onder liefhebbers is de import van vogelspinnen overbodig. Tenslotte stellen we onze huidige populaties voor de toekomst veilig, zodat we tot in lengte van jaren van deze bijzondere dieren kunnen genieten.
4.1. Voorbereidingen
Wanneer u van een soort een hoeveelheid dieren heeft verkregen is het een goede zaak om hieruit te proberen kweekkoppels samen te stellen. Om inteelt te voorkomen kunt u contact opnemen met andere kwekers of de kweekdienst van de Vogelspinnen Vereniging Nederland. Vaak kunt u door ruil of uitleen van een vogelspin aan onverwante exemplaren komen. Eén van de voordelen van uitwisseling is dat het risico van plotselinge sterfte of mislukte kweek wordt verspreid, waardoor er al altijd wel iemand is die de soort nog als nakweek in het bestand heeft. Als de soort wat zeldzamer is en ruil niet mogelijk is, dan kunnen er problemen ontstaan als u de enige bent die in het bezit is van een groepje spiderlings. Het zal snel duidelijk worden dat niet alle spiderlings even snel groeien. De mannetjes zullen eerder volwassen zijn. Het is te proberen om de jonge, mannelijke spiderlings in hun groei te vertragen zodat ze gelijktijdig met de jonge, vrouwtjes volwassen zullen worden voordat ze zijn gestorven. Door de mannetjes koeler te huisvesten lukt het soms om beide geslachten gelijktijdig volwassen te krijgen. Het hangt van de soort af welke methode daarvoor het beste geschikt is en het werkt lang niet bij alle soorten! Bij Brachypelma vagans zijn goede resultaten bereikt maar in een kweekgroepje Grammostola rosea ontstonden na twee jaar mannelijke dieren die met hun grootte van amper vier centimeter wel degelijk geslachtsrijp waren (Klaas,1989).
4.2. Het introduceren van de partners
Als er uiteindelijk volwassen vogelspinnen beschikbaar zijn kunnen we ons concentreren op het paren van de dieren.Vogelspinnen zijn meestal solitair levende dieren en bij het aan elkaar voorstellen van de partners moet de kweker het stel goed in de gaten houden. Vertonen de dieren balts- en paargedrag of benaderen ze elkaar juist agressief en vallen de spinnen elkaar aan?Dat laatste is niet bevorderlijk voor een succesvolle kweek. De agressiviteit tussen de soorten verschilt nogal. Avicularia- soorten zijn vrij rustig, maar Haplopelma- en Selenoscomia-soorten kunnen in een fel gevecht verwikkeld raken. Meestal hebben de mannetjes op tijd door dat het vrouwtje niet paringsbereid is. Door de signalen en de voorgaande balts is hij al veel te weten gekomen over haar gastvrijheid. Wannneer het mannetje zich omdraait en vlucht is een paring voorlopig niet meer aan de orde.
We kunnen het mannetje op verschillende manieren bij de partner introduceren; het hangt veelal af van het individuele karakter, de soort en de levenswijze van de vogelspin welke manier het beste werkt om geen waardevolle mannetjes te verliezen. Daarom moeten de vrouwtjes voor de paring goed worden gevoerd. Het bij elkaar plaatsen van de partners moet in alle rust gebeuren en men moet daar alle tijd voor uittrekken. Bij veel rustige en niet agressieve soorten (bijvoorbeeld van de genera Aphonopelma, Avicularia, Brachypelma en Plesiopelma) kunnen we de mannetjes in het verblijf van de vrouwtjes plaatsen. Deze situatie komt overeen met het natuurlijke gedrag waarbij de mannetjes de vrouwtjes in een vreemde omgeving ontmoeten. Het is bij deze soorten echter ook mogelijk om de vrouwtjes bij de mannetjes in het verblijf te plaatsen. Uiteraard houden we de situatie goed in de gaten. Met behulp van een dun, stomp stokje of glazen buisje, met een lengte van circa 30 centimeter, als aanwijsstokje kunnen we de dieren voorzichtig scheiden als de introductie op een gevecht uitloopt of als de paring beëindigd is. Het is bij deze soorten ook mogelijk om beide dieren in een aparte bak te plaatsen waarin de baltsceremonie en de paring plaats kunnen vinden. Heel wat moeilijker is het om agressieve soorten aan het paren te krijgen. Bij de minste verstoringen reageren de soorten (bijvoorbeeld Selenocosmia- en Haplopelma-soorten) uiterst geprikkeld en wordt hun aandacht van het eigenlijke doel afgeleid. Het is dan ook niet aan te raden om de partners zonder voorbereidingen bij elkaar te zetten. Om een paring van deze soorten te bewerkstelligen is het nodig om het verblijf door een glazen wandje in tweeën te splitsen. Aan iedere kant van de wand huisvest men de beoogde dieren. Pas na een paar dagen haalt u de scheidingswand uit het verblijf. De vogelspinnen zijn 's nachts actief en zullen dan ook paren. U zult er bij moeten blijven om na de paring de scheidingswand weer te plaatsen. Bovendien moet men voorkomen dat het mannetje door het vrouwtje wordt verjaagd of aangevallen. Voor vluchtende dieren moeten er in het verblijf voldoende schuilmogelijkheden aanwezig zijn. Vaak is de eerste poging niet succesvol en zult u verscheidene malen de partners bij elkaar moeten plaatsen. Agressieve soorten zijn moeilijk of niet te hanteren. Met het aanwijsstokje kunt u één en ander een beetje sturen. Als de partners toch in gevecht raken moet u er op letten dat één van de dieren niet via het aanwijsstokje omhoog klimt en over uw hand of arm ontsnapt. Om dat te voorkomen is het raadzaam om het aanwijsstokje eventueel met vaseline in te smeren, waardoor de vogelspinnen geen er geen vat op hebben en het niet kunnen beklimmen. Glazen aanwijsstokjes zijn ook glad genoeg om ongewenste klimpartijen en ontsnappingen te voorkomen.
Een succesvolle paring is te herkennen aan de stand van de partners. Het mannetje heeft de gifkaken van het vrouwtje met zijn tibiaalhaken in bedwang en brengt met zijn tasters meerdere malen de zaadcellen uit beide bulbussen in de geslachtsopening van het vrouwtje. Na de paring bouwen mannetjes die in goede conditie verkeren vaak nog een web c.q. spermakleedje om hun bulbussen weer te vullen. De mannetjes kunnen weer voor een volgende paring (met een ander vrouwtje) worden ingezet.
Als kweker noteren we nauwgezet de data en tijdsduur van de paringen en gegevens van de partners. Verder maken we aantekeningen van het heersende klimaat in de
kweekruimte en van het gedrag en conditie van de dieren. Met al die informatie kunnen we de komst van de eieren en jongen voorspellen en tijdig voorbereidingen treffen om de nieuwe dieren te huisvesten en te verzorgen. Uiteraard is het ook handig om aantekeningen te maken wanneer en hoeveel spiderlings u heeft gekweekt en wie de ouders waren. Van het hele proces zijn met een (digitale) camera prachtige opnamen te maken, die ook voor andere kwekers erg interessant en informatief kunnen zijn.
Door het kweken met vogelspinnen krijgt u inzicht in de interessante levenscyclus en gedragingen van de meest uiteenlopende soorten. Een goed kweekresultaat mag ook als graadmeter worden beschouwd voor goede huisvesting, klimaatbeheersing en voeding. Vogelspinnen die zich om wat voor reden dan ook niet op hun gemak voelen, zullen nooit met succes jongen grootbrengen of voortplantingsgedrag vertonen. Het kweken met vogelspinnen is niet alleen een kwestie van boeken en tijdschriften raadplegen. Het is vooral een kwestie van doen en het leren kennen van uw dieren waardoor u automatisch aanvoelt welke handeling tot een succesvol resultaat zal leiden. Door het kweken met vogelspinnen krijgt u een schat aan ervaring die op andere liefhebbers kan worden overgedragen. Door het verspreiden van de nakweek onder liefhebbers is de import van vogelspinnen overbodig. Tenslotte stellen we onze huidige populaties voor de toekomst veilig, zodat we tot in lengte van jaren van deze bijzondere dieren kunnen genieten.
4.1. Voorbereidingen
Wanneer u van een soort een hoeveelheid dieren heeft verkregen is het een goede zaak om hieruit te proberen kweekkoppels samen te stellen. Om inteelt te voorkomen kunt u contact opnemen met andere kwekers of de kweekdienst van de Vogelspinnen Vereniging Nederland. Vaak kunt u door ruil of uitleen van een vogelspin aan onverwante exemplaren komen. Eén van de voordelen van uitwisseling is dat het risico van plotselinge sterfte of mislukte kweek wordt verspreid, waardoor er al altijd wel iemand is die de soort nog als nakweek in het bestand heeft. Als de soort wat zeldzamer is en ruil niet mogelijk is, dan kunnen er problemen ontstaan als u de enige bent die in het bezit is van een groepje spiderlings. Het zal snel duidelijk worden dat niet alle spiderlings even snel groeien. De mannetjes zullen eerder volwassen zijn. Het is te proberen om de jonge, mannelijke spiderlings in hun groei te vertragen zodat ze gelijktijdig met de jonge, vrouwtjes volwassen zullen worden voordat ze zijn gestorven. Door de mannetjes koeler te huisvesten lukt het soms om beide geslachten gelijktijdig volwassen te krijgen. Het hangt van de soort af welke methode daarvoor het beste geschikt is en het werkt lang niet bij alle soorten! Bij Brachypelma vagans zijn goede resultaten bereikt maar in een kweekgroepje Grammostola rosea ontstonden na twee jaar mannelijke dieren die met hun grootte van amper vier centimeter wel degelijk geslachtsrijp waren (Klaas,1989).
4.2. Het introduceren van de partners
Als er uiteindelijk volwassen vogelspinnen beschikbaar zijn kunnen we ons concentreren op het paren van de dieren.Vogelspinnen zijn meestal solitair levende dieren en bij het aan elkaar voorstellen van de partners moet de kweker het stel goed in de gaten houden. Vertonen de dieren balts- en paargedrag of benaderen ze elkaar juist agressief en vallen de spinnen elkaar aan?Dat laatste is niet bevorderlijk voor een succesvolle kweek. De agressiviteit tussen de soorten verschilt nogal. Avicularia- soorten zijn vrij rustig, maar Haplopelma- en Selenoscomia-soorten kunnen in een fel gevecht verwikkeld raken. Meestal hebben de mannetjes op tijd door dat het vrouwtje niet paringsbereid is. Door de signalen en de voorgaande balts is hij al veel te weten gekomen over haar gastvrijheid. Wannneer het mannetje zich omdraait en vlucht is een paring voorlopig niet meer aan de orde.
We kunnen het mannetje op verschillende manieren bij de partner introduceren; het hangt veelal af van het individuele karakter, de soort en de levenswijze van de vogelspin welke manier het beste werkt om geen waardevolle mannetjes te verliezen. Daarom moeten de vrouwtjes voor de paring goed worden gevoerd. Het bij elkaar plaatsen van de partners moet in alle rust gebeuren en men moet daar alle tijd voor uittrekken. Bij veel rustige en niet agressieve soorten (bijvoorbeeld van de genera Aphonopelma, Avicularia, Brachypelma en Plesiopelma) kunnen we de mannetjes in het verblijf van de vrouwtjes plaatsen. Deze situatie komt overeen met het natuurlijke gedrag waarbij de mannetjes de vrouwtjes in een vreemde omgeving ontmoeten. Het is bij deze soorten echter ook mogelijk om de vrouwtjes bij de mannetjes in het verblijf te plaatsen. Uiteraard houden we de situatie goed in de gaten. Met behulp van een dun, stomp stokje of glazen buisje, met een lengte van circa 30 centimeter, als aanwijsstokje kunnen we de dieren voorzichtig scheiden als de introductie op een gevecht uitloopt of als de paring beëindigd is. Het is bij deze soorten ook mogelijk om beide dieren in een aparte bak te plaatsen waarin de baltsceremonie en de paring plaats kunnen vinden. Heel wat moeilijker is het om agressieve soorten aan het paren te krijgen. Bij de minste verstoringen reageren de soorten (bijvoorbeeld Selenocosmia- en Haplopelma-soorten) uiterst geprikkeld en wordt hun aandacht van het eigenlijke doel afgeleid. Het is dan ook niet aan te raden om de partners zonder voorbereidingen bij elkaar te zetten. Om een paring van deze soorten te bewerkstelligen is het nodig om het verblijf door een glazen wandje in tweeën te splitsen. Aan iedere kant van de wand huisvest men de beoogde dieren. Pas na een paar dagen haalt u de scheidingswand uit het verblijf. De vogelspinnen zijn 's nachts actief en zullen dan ook paren. U zult er bij moeten blijven om na de paring de scheidingswand weer te plaatsen. Bovendien moet men voorkomen dat het mannetje door het vrouwtje wordt verjaagd of aangevallen. Voor vluchtende dieren moeten er in het verblijf voldoende schuilmogelijkheden aanwezig zijn. Vaak is de eerste poging niet succesvol en zult u verscheidene malen de partners bij elkaar moeten plaatsen. Agressieve soorten zijn moeilijk of niet te hanteren. Met het aanwijsstokje kunt u één en ander een beetje sturen. Als de partners toch in gevecht raken moet u er op letten dat één van de dieren niet via het aanwijsstokje omhoog klimt en over uw hand of arm ontsnapt. Om dat te voorkomen is het raadzaam om het aanwijsstokje eventueel met vaseline in te smeren, waardoor de vogelspinnen geen er geen vat op hebben en het niet kunnen beklimmen. Glazen aanwijsstokjes zijn ook glad genoeg om ongewenste klimpartijen en ontsnappingen te voorkomen.
Een succesvolle paring is te herkennen aan de stand van de partners. Het mannetje heeft de gifkaken van het vrouwtje met zijn tibiaalhaken in bedwang en brengt met zijn tasters meerdere malen de zaadcellen uit beide bulbussen in de geslachtsopening van het vrouwtje. Na de paring bouwen mannetjes die in goede conditie verkeren vaak nog een web c.q. spermakleedje om hun bulbussen weer te vullen. De mannetjes kunnen weer voor een volgende paring (met een ander vrouwtje) worden ingezet.
Als kweker noteren we nauwgezet de data en tijdsduur van de paringen en gegevens van de partners. Verder maken we aantekeningen van het heersende klimaat in de
kweekruimte en van het gedrag en conditie van de dieren. Met al die informatie kunnen we de komst van de eieren en jongen voorspellen en tijdig voorbereidingen treffen om de nieuwe dieren te huisvesten en te verzorgen. Uiteraard is het ook handig om aantekeningen te maken wanneer en hoeveel spiderlings u heeft gekweekt en wie de ouders waren. Van het hele proces zijn met een (digitale) camera prachtige opnamen te maken, die ook voor andere kwekers erg interessant en informatief kunnen zijn.