Hoofdstuk 3: het houden van vogelspinnen
Wie vogelspinnen wil gaan houden moet daar zeer goed over na hebben gedacht. Net als bij het verzorgen van andere huisdieren is het zaak om ons van te voren voldoende te informeren en op de hoogte te stellen van de eisen die de vogelspinnen stellen. Welke zorg kan men geven en welke kosten kunnen worden gemaakt? Het lijkt wat afgezaagd maar een goede voorbereiding voorkomt veel teleurstellingen en dierenleed achteraf.
3.1. Het kiezen van een soort
De laatste jaren is het aanbod van vogelspinnen enorm gestegen. Troffen we een aantal jaren geleden nog maar enkele soorten aan, nu kunnen we een keuze maken uit vele tientallen soorten en variaties. De keuze van een soort hangt van een aantal factoren af. Stelt de liefhebber alleen bijzondere eisen aan kleur, formaat, levenswijze van de vogelspin of het snel verkrijgen van kweekresultaten? Niet alle vogelspinnen zijn overigens gemakkelijk te houden. Misschien is dit juist een factor waardoor een liefhebber besluit een bepaalde vogelspin te houden? Maar wat is makkelijk? Het is vaak zo dat vogelspinnen die weinig worden aangeboden ook moeilijk te houden en/of te kweken zijn. Sommige liefhebbers kiezen vogelspinnen die afkomstig zijn uit een bepaald land of continent. Beperk uw keuze in het begin tot één soort. Het is dan eenvoudiger de juiste omstandigheden te creëren die ook voor (meestal) nauw verwante soorten gelden. Ondertussen doet men als beginner steeds meer ervaring op met de verschillende soorten. Voorkom echter dat uw vogelspinnenbestand, bij wijze van spreken, een postzegelverzameling word, vooral als uw ruimte en tijd beperkt is.
Kweekpogingen met ‘gangbare’ soorten leiden vaak sneller tot een positief resultaat. Een geslaagde kweek werkt bij de meeste hobbyisten erg motiverend en is vaak de aanzet om minder gemakkelijke vogelspinnen tot voortplanting te brengen.
Over het algemeen zal de keuze van een vogelspin worden bepaald door zijn uiterlijk. Spectaculaire soorten kunnen een zeer lastig, agressief, karakter hebben waardoor ze aanvankelijk minder geschikt zijn voor de beginner. Alle Poecilotheria soorten bijvoorbeeld zijn prachtig om te zien, maar zeer snel en bovenal agressief. Wanneer we een middenweg zoeken tussen ‘geschikt voor de beginner’ en ‘opvallend en fraai uiterlijk’ komen we al snel terecht bij een paar groepen vogelspinnen die veel worden gehouden en waarmee ook nog eens goede kweekresultaten worden geboekt. De Avicularia's en Brachypelma’s zijn zeer populair en wijd verbreid onder liefhebbers. Het zijn prachtige spinnen met diverse kleurschakeringen op de poten en het achterlijf. Dit alles afgewisseld met talloze grondkleuren zoals diepzwart, zwartgrijs of roodbruin. Andere soorten, afkomstig uit heel andere subfamilies zijn vaak opvallend groot (sommige met spanwijdtes van de poten van meer dan 20 centimeter!), maar vaak agressiever. De goliathvogelspin (Theraphosa blondi), Acanthoscurria-soorten, Hysterocrates hercules, Citharischius crawshayi, Lasiodora parahybana, Pamphobeteus-soorten en Megaphobema robusta zijn hiervan enkele voorbeelden. Het is voor de liefhebber mogelijk om dergelijke soorten als spiderling aan te schaffen en hem of haar langzaam volwassen te zien worden. Zo heeft men jaren plezier van een waardevol dier. Later worden uw zorgen mogelijk beloond met een legsel eieren en een fantastische nakweek. Bovendien zijn de soorten van Brachypelma en Avicularia vrij rustig, dat maakt het voor ons mogelijk de dieren eenvoudig te observeren. Deze eigenschap maakt dat de eerste ervaringen met het houden van zomaar een vogelspin niet uitlopen op een teleurstelling.Goede adressen om aan vogelspinnen te komen liggen niet voor het oprapen. De verenigingsdagen van de Vogelspinnen Vereniging Nederland, georganiseerde beurzen en bekende handelaren of particulieren zijn vaak de juiste plaats om tot de aanschaf van een nieuw huisdier over te gaan. Als u een keuze heeft gemaakt wees er dan op bedacht dat uw aankoop in goede gezondheid verkeert. Kies altijd een exemplaar dat reageert op prikkels van de omgeving en niet ineengedoken zit. Een gezonde vogelspin staat met haar poten licht gespreid en met haar lichaam van de grond. Een spin die op de grond ligt met zijn poten onder het lichaam getrokken, is zeer verzwakt of stervende. Vogelspinnen sterven meestal in een houding waarbij hun poten onder het lichaam zijn gevouwen. Spinnen die op hun rug liggen zijn niet dood, maar bereiden zich voor op een vervelling.
Als gevolg van te weinig voedsel en slechte omstandigheden van het transport hebben geïmporteerde vogelspinnen hebben vaak een verschrompeld of misvormd achterlijf. Door deze dieren een goede verzorging te geven, zijn ze meestal na een paar maanden weer in hun oude conditie. Geïmporteerde bombardeerspinnen hebben vaak kale plekken op het achterlijf. Tijdens de reis zijn de dieren zo dikwijls verstoord, dat ze al hun verdedigingsharen hebben afgestreken. Na een volgende vervelling is de kale plek verdwenen. Ook gewonde dieren en dieren met een schimmelaantasting en huidaandoening of dieren die ledematen of delen daarvan missen, vormen een risico in de aanschaf. Het is niet gezegd of de wonden en kwalen met succes zullen genezen. De ontbrekende ledematen of delen daarvan, kunnen wellicht in een volgende vervelling opnieuw verschijnen. Tenslotte, letten we bij een vogelspin op de aanwezigheid van parasieten. Rond de monddelen moeten zich geen mijten, nematoden of andere diertjes bevinden. De poten moeten vrij zijn van sluipwespeitjes, iets dat echter moeilijk is te controleren omdat de sluipwesplarven zich misschien al in het lichaam van de vogelspin bevinden. Het is tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend dat vogelspinnen onbeperkt te krijgen zijn. Talloze spinnen en andere spinachtige worden geïmporteerd uit de tropische gebieden en vele exemplaren overleven de reis niet. Het is vaak onbekend met welke soort men te maken heeft, of het dier gezond is, hoe oud het is en of het een mannetje of vrouwtje betreft.
Uit het bovenstaande moeten we als liefhebber van vogelspinnen concluderen dat het absoluut is af te raden om geïmporteerde vogelspinnen aan te schaffen. Door de enorme aantallen waarin dat gebeurt ontstaan er schommelingen in de natuurlijke populaties.Het is nog lang niet duidelijk of die schommelingen niet kunnen leiden tot het uitsterven van een bepaalde soort. Kortom, er zijn redenen genoeg om te kiezen voor soorten die worden gekweekt. Misschien is er in uw omgeving iemand die al meer ervaring heeft met vogelspinnen. Het is altijd verstandig om met hem of haar een keuze te maken uit het aanbod vogelspinnen dat regelmatig word aangeboden op verenigingsbeurzen of andere contacten.
Wie vogelspinnen wil gaan houden moet daar zeer goed over na hebben gedacht. Net als bij het verzorgen van andere huisdieren is het zaak om ons van te voren voldoende te informeren en op de hoogte te stellen van de eisen die de vogelspinnen stellen. Welke zorg kan men geven en welke kosten kunnen worden gemaakt? Het lijkt wat afgezaagd maar een goede voorbereiding voorkomt veel teleurstellingen en dierenleed achteraf.
3.1. Het kiezen van een soort
De laatste jaren is het aanbod van vogelspinnen enorm gestegen. Troffen we een aantal jaren geleden nog maar enkele soorten aan, nu kunnen we een keuze maken uit vele tientallen soorten en variaties. De keuze van een soort hangt van een aantal factoren af. Stelt de liefhebber alleen bijzondere eisen aan kleur, formaat, levenswijze van de vogelspin of het snel verkrijgen van kweekresultaten? Niet alle vogelspinnen zijn overigens gemakkelijk te houden. Misschien is dit juist een factor waardoor een liefhebber besluit een bepaalde vogelspin te houden? Maar wat is makkelijk? Het is vaak zo dat vogelspinnen die weinig worden aangeboden ook moeilijk te houden en/of te kweken zijn. Sommige liefhebbers kiezen vogelspinnen die afkomstig zijn uit een bepaald land of continent. Beperk uw keuze in het begin tot één soort. Het is dan eenvoudiger de juiste omstandigheden te creëren die ook voor (meestal) nauw verwante soorten gelden. Ondertussen doet men als beginner steeds meer ervaring op met de verschillende soorten. Voorkom echter dat uw vogelspinnenbestand, bij wijze van spreken, een postzegelverzameling word, vooral als uw ruimte en tijd beperkt is.
Kweekpogingen met ‘gangbare’ soorten leiden vaak sneller tot een positief resultaat. Een geslaagde kweek werkt bij de meeste hobbyisten erg motiverend en is vaak de aanzet om minder gemakkelijke vogelspinnen tot voortplanting te brengen.
Over het algemeen zal de keuze van een vogelspin worden bepaald door zijn uiterlijk. Spectaculaire soorten kunnen een zeer lastig, agressief, karakter hebben waardoor ze aanvankelijk minder geschikt zijn voor de beginner. Alle Poecilotheria soorten bijvoorbeeld zijn prachtig om te zien, maar zeer snel en bovenal agressief. Wanneer we een middenweg zoeken tussen ‘geschikt voor de beginner’ en ‘opvallend en fraai uiterlijk’ komen we al snel terecht bij een paar groepen vogelspinnen die veel worden gehouden en waarmee ook nog eens goede kweekresultaten worden geboekt. De Avicularia's en Brachypelma’s zijn zeer populair en wijd verbreid onder liefhebbers. Het zijn prachtige spinnen met diverse kleurschakeringen op de poten en het achterlijf. Dit alles afgewisseld met talloze grondkleuren zoals diepzwart, zwartgrijs of roodbruin. Andere soorten, afkomstig uit heel andere subfamilies zijn vaak opvallend groot (sommige met spanwijdtes van de poten van meer dan 20 centimeter!), maar vaak agressiever. De goliathvogelspin (Theraphosa blondi), Acanthoscurria-soorten, Hysterocrates hercules, Citharischius crawshayi, Lasiodora parahybana, Pamphobeteus-soorten en Megaphobema robusta zijn hiervan enkele voorbeelden. Het is voor de liefhebber mogelijk om dergelijke soorten als spiderling aan te schaffen en hem of haar langzaam volwassen te zien worden. Zo heeft men jaren plezier van een waardevol dier. Later worden uw zorgen mogelijk beloond met een legsel eieren en een fantastische nakweek. Bovendien zijn de soorten van Brachypelma en Avicularia vrij rustig, dat maakt het voor ons mogelijk de dieren eenvoudig te observeren. Deze eigenschap maakt dat de eerste ervaringen met het houden van zomaar een vogelspin niet uitlopen op een teleurstelling.Goede adressen om aan vogelspinnen te komen liggen niet voor het oprapen. De verenigingsdagen van de Vogelspinnen Vereniging Nederland, georganiseerde beurzen en bekende handelaren of particulieren zijn vaak de juiste plaats om tot de aanschaf van een nieuw huisdier over te gaan. Als u een keuze heeft gemaakt wees er dan op bedacht dat uw aankoop in goede gezondheid verkeert. Kies altijd een exemplaar dat reageert op prikkels van de omgeving en niet ineengedoken zit. Een gezonde vogelspin staat met haar poten licht gespreid en met haar lichaam van de grond. Een spin die op de grond ligt met zijn poten onder het lichaam getrokken, is zeer verzwakt of stervende. Vogelspinnen sterven meestal in een houding waarbij hun poten onder het lichaam zijn gevouwen. Spinnen die op hun rug liggen zijn niet dood, maar bereiden zich voor op een vervelling.
Als gevolg van te weinig voedsel en slechte omstandigheden van het transport hebben geïmporteerde vogelspinnen hebben vaak een verschrompeld of misvormd achterlijf. Door deze dieren een goede verzorging te geven, zijn ze meestal na een paar maanden weer in hun oude conditie. Geïmporteerde bombardeerspinnen hebben vaak kale plekken op het achterlijf. Tijdens de reis zijn de dieren zo dikwijls verstoord, dat ze al hun verdedigingsharen hebben afgestreken. Na een volgende vervelling is de kale plek verdwenen. Ook gewonde dieren en dieren met een schimmelaantasting en huidaandoening of dieren die ledematen of delen daarvan missen, vormen een risico in de aanschaf. Het is niet gezegd of de wonden en kwalen met succes zullen genezen. De ontbrekende ledematen of delen daarvan, kunnen wellicht in een volgende vervelling opnieuw verschijnen. Tenslotte, letten we bij een vogelspin op de aanwezigheid van parasieten. Rond de monddelen moeten zich geen mijten, nematoden of andere diertjes bevinden. De poten moeten vrij zijn van sluipwespeitjes, iets dat echter moeilijk is te controleren omdat de sluipwesplarven zich misschien al in het lichaam van de vogelspin bevinden. Het is tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend dat vogelspinnen onbeperkt te krijgen zijn. Talloze spinnen en andere spinachtige worden geïmporteerd uit de tropische gebieden en vele exemplaren overleven de reis niet. Het is vaak onbekend met welke soort men te maken heeft, of het dier gezond is, hoe oud het is en of het een mannetje of vrouwtje betreft.
Uit het bovenstaande moeten we als liefhebber van vogelspinnen concluderen dat het absoluut is af te raden om geïmporteerde vogelspinnen aan te schaffen. Door de enorme aantallen waarin dat gebeurt ontstaan er schommelingen in de natuurlijke populaties.Het is nog lang niet duidelijk of die schommelingen niet kunnen leiden tot het uitsterven van een bepaalde soort. Kortom, er zijn redenen genoeg om te kiezen voor soorten die worden gekweekt. Misschien is er in uw omgeving iemand die al meer ervaring heeft met vogelspinnen. Het is altijd verstandig om met hem of haar een keuze te maken uit het aanbod vogelspinnen dat regelmatig word aangeboden op verenigingsbeurzen of andere contacten.